Geschiedenis van het LOTJESHUIS

Historisch overzicht
De gezondheidstoestand van de doorsnee Surinaamse kinderen is altijd al zorgwekkend geweest. Wat wij vandaag de dag meemaken met onze jeugd is hetzelfde wat zich in de achter ons liggende jaren al voltrok in Suriname. In de 18e en 19e eeuw werd beweerd dat het de naweeën waren van de 2e wereld oorlog.
De sociaal zwakkeren konden dankzij de zogenaamde bedeling rantsoenen en voedsel verstrekking op scholen, de olie kinapolie en scotch emulsie verstrekking van het Buitengasthuis en het Ministerie van Sociale Zaken het hoofd boven water houden.

Hoe ontstond het Lotjeshuis
Het initiatief om het Lotjeshuis op te zetten kwam van de toenmalige president vrouwe K. de Vries Peters die toentertijd voorzitter was van de YWCA.
Bij een bezoek in het Lands hospitaal ontdekte ze een aantal kinderen die ondervoed waren. Naar aanleiding hiervan besprak ze het probleem met de kinderarts van voornoemd ziekenhuis, dr. Tjon Sie Kie (nu wijlen).
De bedoeling was  tweeërlei:
1. de ondervoede kinderen  uit het ziekenhuis ontslaan, zodat de bedden vrij konden komen voor urgentere gevallen.
2 de kinderen een paar weken goede vakkundige verzorging te bieden in het Lotjeshuis, zodat ze gesterkt naar huis konden.

Om het initiatief te completiseren werd de hulp van SURALCO ingeroepen die een barak aan de Tourtonnelaan ter beschikking stelde voor de opvang van de kinderen. Op 5 januari 1966 werd de gedachte geopperd een tehuis voor ondervoede en verwaarloosde kinderen te beginnen.
In november 1966 werden de eerste 5 kinderen ondergebracht. Dit aantal was binnen 2 jaar gestegen tot over de 150. Met dit aantal nam ook het personeel toe.
Op 9 augustus 1967 werd het Lotjeshuis een stichting.
In 1968 nam mw. E. Ferrier - Vas  de functie van mw. Peters over.

Het Lotjeshuis is door de jaren heen uitgegroeid tot een onmisbare schakel in de samenleving.
Thans biedt het Lotjeshuis niet alleen woonruimte aan ondervoede, maar ook aan verwaarloosde en in de steek gelaten kinderen, voornamelijk afkomstig uit een zwak milieu.
De verwachting dat de kinderen na enkele weken tot maanden van herstel terug naar huis konden kunnen wij verwijzen naar het land der fabelen, omdat de meeste ouders vanwege de thuissituatie de kinderen volledig in de steek laten. Vooral als het kind gehandicapt is.

Financiering
De subsidie die door de overheid wordt toegekend is zo miniem, deze kan gezien worden als een druppel op een hete plaat.

Voor de verzorging van de kinderen alsook het onderhoud van het gebouw, in casu de totale exploitatie van het  Lotjeshuis zijn wij afhankelijk van projecten en donaties.

Woonvoorziening
Door de brand van de barak aan de Tourtonnelaan moesten de kinderen tijdelijk worden ondergebracht in ‘Huize Emma’ van het Leger des Heils.
Het Lotjeshuis is sinds 1 oktober 1975 gehuisvest  aan de Metaalstraat.

De vraag om kinderen op te vangen is natuurlijk heel groot, maar de woonruimte en de faciliteiten beperkt. De beddencapaciteit is door het kleiner wonen teruggebracht van 40 naar 32 en het aantal werkers van 28 naar 20.

Vooruitzichten
Dankzij buitenlandse sponsoren is er op hetzelfde terrein aan de Metaalstraat een nieuw gebouw opgezet voor de kinderen omdat het oude gebouw waarin ze gehuisvest waren niet meer voldoet aan de eisen des tijd.

Door het beperkte budget wordt de nieuwe woonruimte ietwat kleiner; een beddencapaciteit van 32.